Hoe de Vinkeveense Plassen ontstonden

De Vinkeveense Plassen zijn door de jaren heen van grote betekenis geweest. Eerst voor het leveren van turf. Daarna voor de winning van zand voor de Amsterdamse Bijlmer. En nu zijn de plassen een belangrijk recreatiegebied met honderdduizenden bezoekers per jaar. 

Het gebied waar nu de Vinkeveense Plassen liggen, was vroeger land. De plassen zijn ontstaan door het afgraven van veen. Veel andere veengebieden werden ingepolderd. Maar Vinkeveen wilde het water behouden. Het dorp hoopte zo bezoekers te trekken. En met succes, weten we nu.

Met veenstekers werd het veen afgegraven. Van veen werd turf gemaakt. Turf is een eeuwenoude brandstof. Na de Tweede Wereldoorlog werd de vraag naar turf kleiner. Kolen en aardgas waren de nieuwe brandstoffen. Toch is in Vinkeveen tot 1975 veen gestoken.

Het natte veen werd op de kant opgeslagen op de zogeheten legakkers. Hier moest het veen drogen.

Van het gedroogde veen werden turven gestoken en te drogen gelegd.

In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw werden miljoenen kubieke meters zand uit die plassen weggezogen. Dit zand diende als ondergrond voor de Bijlmermeer en de aanleg van de A2.

Door de zandwinning ontstond een ruim vijftig meter diepe trechter in de plas. Om het achterland te beschermen tegen wegdrijven richting de plassen, werden zandeilanden aangelegd.

Het karakteristieke landschap van de Vinkeveense Plassen is tegenwoordig het decor van een uniek en veelgebruikt recreatiegebied. Op slechts een steenworp afstand van Amsterdam en Utrecht.